“Ik maak nieuwe vriendjes”

Op school werken we best vaak in groepjes. Dan moet je een opdracht bijvoorbeeld met z’n tweeën doen. Ik werk veel samen met een jongen die ik eerst niet zo leuk vond. Maar door samen te werken, heb ik hem beter kennen. Nu zijn we vrienden en spelen we ook na school met elkaar. Soms snappen we iets niet goed, maar dat is niet erg. Onze meneer zegt altijd dat we moeten kijken naar wat we wel goed kunnen.